Zelf   bier  brouwen  

 

Bierbrouwen in de praktijk

Schroten

De eerste handeling die verricht moet worden is het malen of pletten van het mout. Brouwers noemen dit het schroten van het mout. Bij sommige winkels voor zelfbrouwartikelen is mout geschroot kant en klaar te koop. Omdat geschroot mout snel verzuurt kun je beter het mout zelf schroten. Voor het schroten zijn speciale molens in de handel.
Het mout dient zo grof mogelijk geschroot te worden. Natuurlijk mogen er geen hele korrels in het schrootsel aanwezig zijn. Een niet geschrote korrel kan zijn inhoudstoffen niet vrijgeven en zorgt daardoor voor een lagere opbrengst. Als je het mout te fijn schroot krijg je later filterproblemen. Ook komen er dan meer ongewenste stoffen vrij uit het kaf van het mout, hetgeen de kwaliteit van het bier niet ten goede komt.
 

Artikelen over schroten

  • Schroten, Proost, nr. 7, januari/februari 1995.
     

Beslag maken en maischen

De bedoeling van het brouwproces is uit het mout een oplossing te krijgen die dient als voedings- en bouwstof voor de gistcellen. De zetmeel- en eiwitketens uit het mout worden tijdens het brouwproces door enzymen uit het mout afgebroken in suikers en kleinere eiwitten. Het merendeel van de gevormde suikers wordt door de gistcellen omgezet in alcohol en koolzuurgas. De kleinere eiwitten dienen als bouwstof voor de gistcellen. Verder zorgen eiwitten voor de schuimhoudbaarheid en dragen ze bij tot de volmondigheid van het bier.
Bij de afbraak van de moutbestanddelen zijn meerdere enzymen actief. Een enzym doet zijn werk het beste bij een bepaalde temperatuur en pH-waarde. Omdat elk enzym zijn eigen optimale werkingstemperatuur heeft worden er bij het brouwproces verschillende temperaturen aangehouden om diverse enzymen de kans te geven hun werk te doen.
Het afbreken van de moutbestanddelen door de enzymen wordt door de brouwers maischen genoemd.

Bij het maischen ga je als volgt te werk. Het geschrote mout vermeng je met water van 55C. Je krijgt dan een dik beslag. Door de toevoeging van het mout daalt de temperatuur een paar graden tot ongeveer 51 52C. Roer het beslag goed door. Laat bij deze temperatuur het beslag 10 minuten staan. Vanaf nu moet het beslag met tussenpauzen steeds verwarmd worden. Zeker bij het verwarmen moet je steeds goed roeren anders brandt het beslag aan. Roer echter niet te hard omdat je daardoor zuurstof in het beslag kunt slaan, hetgeen voor de smaak van het uiteindelijke bier ongewenst is. Door ook regelmatig te roeren als er een temperatuurpauze wordt aangehouden verloopt het afbraakproces van de moutbestanddelen beter en sneller.
De hoeveelheid water waarmee je begint is van invloed op het verloop van het proces. Voor donkere zoetige bieren gebruikt men in den regel 2,5 liter water op 1 kg mout. Bij licht gekleurde drogere bieren ligt deze verhouding 3,5 liter water op 1 kg mout. Als je echter een heel zwaar licht gekleurd bier wilt brouwen zul je er niet aan kunnen ontkomen het beslag dikker te maken.
De temperaturen waarbij je een pauze moet houden en de duur van de pauze zijn normaal gesproken als volgt:
 

Temperatuur Duur pauze
52C 10 min.
63C 30 min.
73C 20 min.
78C 1 min.

De hiergenoemde tijden zijn exclusief opwarmtijden. De temperatuurstijging bij de tussentijdse verwarming hoort 1C per minuut of meer te zijn. De bovenstaande opsomming van beslagtemperaturen en wachttijden wordt overigens een maischschema genoemd.
Het hier aanbevolen maischschema is zeer goed bruikbaar voor de meeste bieren. Als je een dik beslag hebt omdat je bijvoorbeeld een zwaar bier wilt maken dan zul je de genoemde tijden langer aan moeten houden.
Een maischschema waarmee ik de laatste tijd ook hele goede ervaringen heb gaat uit van iets andere temperaturen te weten:
 

Temperatuur Duur pauze
56C 5 min.
60C 25 min.
70C 20 min.
75C 10 min.

Dit schema geeft iets hoger rendement van de gebruikte mout en wat drogere bieren.

Tegenwoordig laten de meeste mouterijen het meellichaam veel verder oplossen dan enkele jaren geleden. Voor de bierbereiding heeft dit als voordeel dat er bij het maken van een beslag begonnen kan worden op hogere temperaturen en dat de enzymen uit het mout minder tijd nodig hebben om hun werk te doen. In het verleden werd vaak gestart met het maischen bij 37C. Het aanhouden van kortere maischtijden heeft als voordeel dat er minder ongewenste stoffen uit de kafdelen van het mout extraheren.
In het geval je ongemoute granen in je beslag gebruikt dien je echter wel bij 37C te beginnen en niet bij 52 of 54C. Je dient dan ook een pauze te houden bij 45C. Deze pauzes horen 15 tot 20 minuten te duren.
Wanneer je een recept wilt nabrouwen dat al enkel jaren oud is dien je in de regel op een hogere temperatuur te beginnen en kun je kortere maischtijden aanhouden tenzij in het recept ongemoute granen verwerkt zijn. Bij ongemoute granen heeft nog geen afbraak plaatsgevonden van gomstoffen en eiwitten.
Als je uitsluitend mout gebruikt die goed opgelost is krijg je door te starten bij temperaturen onder de 52C bieren met een lege smaak. Ook de schuimhoudbaarheid van deze bieren is minder. Dit komt omdat de middelgrote eiwitten, die verantwoordelijk zijn voor de volmondigheid en schuimhoudbaarheid van een bier, dan te ver afgebroken worden.
In de paragraaf over het brouwwater is er al op gewezen dat naast de temperatuur het ook belangrijk is de pH-waarde van het beslag in de gaten te houden. Deze hoort 5,6 5,4 te zijn. Een beslag dat de juiste pH-waarde heeft geeft bieren een zuivere en fijnere smaak. Met daarvoor geschikt pH-papier of een pH-meter kun je de pH-waarde controleren. Indien nodig kun je het beslag voorzichtig aanzuren met melkzuur. Doe dit steeds met kleine hoeveelheden. Je kunt een teveel aan zuur niet verwijderen!

Artikelen over maischen

Filteren beslag

Na het maischen volgt het filteren van het beslag. Als filtermateriaal dienen de kafdeeltjes van het mout.
Voor het filteren wordt vaak een speciale filteremmer gebruikt. Een filteremmer bestaat uit twee in elkaar geschoven emmers waartussen een stuk horrengaas is geklemd. Uit de bovenste emmer is de bodem gesneden. In de onderste emmer is aan de onderkant een kraantje gemaakt. In de plaats van horrengaas als filter te gebruiken kun je ook op korte afstand kleine gaatjes boren in de bodem van de bovenste emmer.
Om het filteren vlot te laten verlopen is het van belang dat de ideale filtertemperatuur van 75- 78C zo veel mogelijk gehandhaafd blijft. In verband daarmee is het gewenst de filteremmer te isoleren met een oude slaapzak of iets dergelijks.
Verder is gebleken dat een roestvrijstalen filterplaat waarin ronde gaatjes gestanst zijn een beter filterresultaat geeft dan horrengaas. Gezien het vorenstaande geeft een filtersysteem gemaakt van een oude koelbox voorzien van een filterplaat en een afvoerleiding in de bodem van de koelbox een zeer bevredigend resultaat.
Een hevelfilter is de derde mogelijkheid waar je bij het filteren gebruik van kunt maken. Een dergelijke pijp bestaat uit een stelsel van koperen waterleidingpijpen waarin zeer veel gleuven gezaagd zijn. Deze pijpen worden met de gleuven naar beneden op de bodem van de ketel gelegd. Via een gesloten pijp die omhoog loopt tot boven de ketel kan het gefilterde wort uit de pan geheveld worden. Maak aan de pijp een lange doorzichtige slang zodat je het niveau van het wort in de slang tijdens het aanzuigen goed kunt zien. Pas goed op tijdens het aanzuigen, je kunt je behoorlijk verbanden, wort van 70C of hoger is echt heet.
Het hevelen is voor de werking van het filtersysteem niet vereist. Je kunt ook een pijpenstelsel maken dat uitkomt op een kraan aan de onderkant van je filterkuip. Dit systeem wordt door mij een wortverzamelpijp genoemd. Een hevelfilter heeft als voordeel dat je wat minder knoeit omdat je een hevelfilter in het beslag kunt laten zakken. Bij een wortverzamelpijp moet je eerst het beslag overscheppen in een kuip waarin de wortverzamelpijp gemaakt is waarbij je altijd wel een klein beetje knoeit. Een wortverzamelpijp in combinatie met een aparte filterkuip gemaakt van (oude) koelbox heeft daarentegen als voordeel dat de temperatuur tijdens het filteren niet zo veel daalt, wat gunstig is voor het vlotte verloop van de filtering.
Je moet bij het filteren proberen een zo helder mogelijke vloeistof uit het beslag te filteren. Deze vloeistof wordt wort genoemd. In het begin is het wort niet helder. Giet deze troebele wort voorzichtig weer terug in je filtersysteem. Wacht dan even n twee minuten en zet daarna de kraan van het filtersysteem niet te ver open anders slaat het filter dicht. Zodra het wort helder is kun je die opvangen.

Spoelen bostel

Vlak voordat de graanresten droog komen te staan moet je beginnen met het spoelen. De graanresten worden overigens door de brouwers bostel genoemd. Om te voorkomen dat de bostel droog komt te staan kun je het beste de kraan van het filtersysteem even dicht zetten. Met heet water van 80C spoel je de bostel uit. Voeg het spoelwater in drie vier keren toe. Zorg er voor dat er steeds een dun laagje vloeistof op de bostel blijft staan tussen de spoelbeurten. Op die manier kan er geen lucht in de bostel komen. Pas nadat het laatste spoelwater is toegevoegd mag de bostel droog vallen.
Tijdens het gehele brouwproces moet je overigens steeds opletten dat niet onnodig zuurstof in het wort of het bier kan komen. Laat daarom het wort uit het filtersysteem niet zomaar in een emmer kletteren. Om onnodige zuurstofopname tijdens het filteren van het beslag te voorkomen kun je eventueel een slangetje aan de kraan maken en het uiteinde van het slangetje op de bodem leggen van de emmer waarin je het wort opvangt.

Artikelen over filteren en spoelen

Koken met hop en filteren hete wort

Het opgevangen wort gaan we vervolgens koken met hop. Het wort moet zo'n 75 90 minuten koken. Tijdens het koken vlokken grote eiwitten uit, die door het maischen in het wort zijn gekomen. Na het koken verwijder je die eiwitvlokken (in brouwersjargon breuk of trub genoemd) en de hop door het wort opnieuw te filteren. Doordat bij hoppellets de hop fijn gemaakt is kunnen deze voor filterproblemen zorgen als een te fijn filterdoek gebruikt wordt.
Door het lange koken wordt het wort steriel en worden de hopbitterstoffen omgezet waardoor ze oplossen in het wort. Voorts is het belangrijk dat ongewenste vluchtige stoffen kunnen verdampen, daarom moet er 8 tot 12 % van het wort tijdens het koken verdampen. Zet dus nooit een dekstel op de kookketel tenzij de kookketel zo klein is dat meer dan 12% van het wort verdampt.
De laatste tientallen jaren is het gebruikelijk bij het begin van het koken hopsoorten toe te voegen met een hoge bitterheid (hoog alfazuur percentage) en tegen het einde van het koken de hopsoorten met een fijn hoparoma. Onder invloed van recent onderzoek gaan steeds meer brouwerijen over tot het voegen van de aromahop nog voordat het wort aan de kook is gekomen. Je krijgt hierdoor een fijner hoparoma in je bier. Het leggen van hop op de hopfilter geeft een wat scherpe smaak aan het bier (in het verleden dacht men dat deze methode tot een beter hoparoma zorgde).
De hoeveelheid hop dat toegevoegd moet worden is vooral afhankelijk van de gebruikte hopsoorten en het biertype dat men wilt maken.

Artikelen over koken met hop

Snel afkoelen hete wort

Het hete gehopte wort moet nu afgekoeld worden. Vanaf het moment dat de temperatuur van het wort gezakt is onder de 60C is het wort zeer bevattelijk voor infecties. We moeten alles in het werk stellen om te zorgen dat het wort niet besmet wordt met ongewenste micro-organismen. Om infecties geen kans te geven dient het afkoelen zo snel mogelijk te verlopen. Zet daarom het vat in een koud bad of gebruik een koelspiraal en dek het vat af.
Het beste is het wort af te laten koelen in een gesloten vat en door de deksel van het vat doorvoeringen te maken voor de koelspiraal en voor een slangetje met aan het uiteinde een luchtfilter om te voorkomen dat de lucht die aangezogen wordt het wort kan infecteren. Ook kunnen we een doorvoer voor een slangetje aanbrengen ten behoeve van het beluchten.

Beluchten wort

Hiervoor is vermeld, dat voorkomen moet worden dat er zuurstof bij het wort of het bier kan komen. Op deze regel is n uitzondering. Voor een goede gistgroei is het namelijk noodzakelijk dat het afgekoelde wort goed belucht wordt. Nadat het wort is afgekoeld tot kamertemperatuur dienen we het wort te beluchten met een aquariumpompje en een slangetje. In het slangetje dient een luchtfilter te zijn aangebracht om infecties te voorkomen. Om fijnere luchtbelletjes te krijgen waardoor meer zuurstof oplost kan een bruissteentje in het slangetje worden geschoven.
Het is echter niet mogelijke alle benodigde zuurstof in n keer toe te voegen. Nadat de gist is toegevoegd moeten we daarom door gaan met beluchten door gedurende vier uur steeds 15 minuten te beluchten.

Artikelen over beluchten wort

Toevoegen gist(starter)

De gist kan er dan bij. Een beginnende brouwer kan het beste gedroogde gist of een reincultuur gebruiken. En twee dagen voor het toevoegen van de gist aan het wort dienen we een zogenaamde giststarter maken door een kleine hoeveelheid gist (bijvoorbeeld 1/2 zakje) in een beperkte hoeveelheid afgekoelde en beluchte wort (bijvoorbeeld 250 cl) op te kweken.

Voordat je de eerste keer gaat brouwen verdient het voorkeur een paar keer een giststarter aan te maken met een moutextractoplossing (10 gram moutextract op 100 ml water). 
De moutextractoplossing eerst gedurende 10 minuten koken en daarna steriel af laten koelen in een vooraf goed schoongemaakte fles die je sluit met een volrubberen stop. Laat de oplossing afkoelen tot kamertemperatuur. Haal dan boven een gasvlam (niet te dichtbij) de stop van de fles, hou de stop vast en zet hem er meteen weer op. Schut daarna goed met de fles om de oplossing te beluchten. Voeg de gist toe en schud nog eens goed met de afgesloten fles (let goed op dat de stop niet van de fles afschiet). Vervang vervolgens de dichte stop in de buurt van een gasvlam door een volrubberen stop met in het midden een gaatje waarin je een waterslot gestoken hebt. Natuurlijk heb je kort van te voren de stop en waterslot gedesinfecteerd en nagespoeld met water. Je hebt nu een giststarter gemaakt. 
Zet de giststarter op een warm plekje weg (tussen de 22 en 27C) om de gist snel te laten vermenigvuldigen. Wanneer koolzuurbelletjes gevormd worden is de giststarter zichtbaar actief. De snelheid waarmee de giststarter op gang komt is afhankelijk van de gebruikte gist, de temperatuur en verhouding toegevoegde actieve gistcellen ten opzicht van de hoeveelheid moutextractoplossing.
Werk tijdens het aanmaken van een giststarter zo hyginisch mogelijk. Een infectie is zo opgelopen. Ter controle kun je vooraf aan het toevoegen van de giststarter aan het wort een kleine hoeveelheid giststarter proeven. Uiteraard zal de giststarter een gistsmaak hebben.Om te weten hoe gist smaakt kun je kleine hoeveelheid gedroogde gist proeven. Als de giststarter een zeer onaangename smaak heeft is deze waarschijnlijk genfecteerd.
De giststarter dient nog volop actief te zijn wanneer we deze toevoegen aan het wort dat we willen laten vergisten. Als de giststarter al volledig is uitgewerkt zal de gisting moeizaam op gang komen en kunnen er door een slepende gisting smaakafwijkingen ontstaan. Zet een giststarter koud weg wanneer je ziet dat deze een mindere activiteit vertoond. Ook kun je een nieuwe giststarter maken met een kleine hoeveelheid (10%) van de oude bijna uitgewerkte giststarter. 

Een gevorderde brouwer kan zoals al eerder is vermeld proberen gist op te kweken uit het gistdepot van een flesje commercieel bier. Aan het zelf opkweken van gist uit een gistdepot zijn echter risico's verbonden. Naast gistcellen kun je, bij onvoldoende steriel werken, ook allerlei ongewenste micro-organismen opkweken. Bij het opkweken van gedroogde gist of een reincultuur heb je daar minder last van omdat daarin veel meer gistcellen aanwezig zijn dan in een gistdepot.

Artikelen over het vermeerderen van gist

Hoofdvergisting

Laat het bier vergisten bij 18 tot 22C (voor bovengist). Als de ruimte waar je het bier laat vergisten niet zo warm is kun je het vat isoleren met bijvoorbeeld een slaapzak.
Tijdens de gisting mag het gistvat niet hermetisch afgesloten worden in verband met de ontwikkeling van het koolzuur. In de deksel moet daarom een waterslot zijn gemaakt. Door het waterslot kan het koolzuur uit het vat ontsnappen zonder dat er lucht en infecties van buiten in het vat kunnen komen.
De gisting komt langzaam op gang. Na 6 tot 10 uur staat er een laag schuim op het bier. Het bier gaat vervolgens redelijk heftig gisten. Als de gisting eerder of later op gang komt heb je te veel of te weinig gist toegevoegd of heb je het wort onvoldoende belucht.
De periode dat het bier flink staat te gisten noemen we de hoofdgisting. De hoofdgisting duurt zo'n drie dagen tot twee weken. De duur van de hoofdgisting is afhankelijk van het gistras, de mate waarin het wort belucht is, de gistingstemperatuur, de zwaarte van het wort, de hoeveelheid gist die toegevoegd is en het gevolgde maischschema.
Op het schuim komen tijdens de hoofdgisting bruine plekken (hopharsen), deze kunnen met een steriel gemaakte schuimspaan verwijderd worden. Dit brengt wel risico's van infecties met zich mee.
Sommige gistrassen produceren meer hopharsen dan anderen. Het afscheppen wordt door een groot aantal hobbybrouwers uitgevoerd omdat daardoor het bier een iets betere bitterheid krijgt. Noodzakelijk is het afscheppen meestal niet. Bij de meeste commercile brouwerijen worden de hopharsen tegenwoordig niet meer afgeschept.

Lageren

Vlak voordat de hoofdgisting helemaal afgelopen is hevel je het bier over. Het jong bier wordt overgeheveld in een glazen fles of jerrycan. De "lagertank" moet zo vol mogelijk zijn om oxidatie van het jong bier te voorkomen. In de dop of stop waarmee de "lagertank" is afgesloten moet een waterslot zijn bevestigd. Tijdens en na het overhevelen dient weer zo veel mogelijk worden voorkomen dat zuurstof bij het bier komt.
Hoelang het bier moet staan na het overhevelen is afhankelijk van de temperatuur waarbij het bier bewaard wordt. Regel is kort warm of lang koud. Kort warm betekent 1 2 weken bij een temperatuur van 18C. Lang koud houdt in 8 tot 12 weken bij 0 4C.

Artikelen over de vergisting en het lageren

In de fles

Na de lagering moet het bier gebotteld worden. Om voldoende koolzuur in het flesje te hebben moet je suiker toevoegen aan het bier ( 8 gram per liter). Het koolzuur dat tot nu toe gevormd is heeft steeds kunnen ontsnappen via het waterslot. Door het flesje te sluiten kan het koolzuur niet meer weg en wordt het koolzuur opgenomen in het bier. Voor het sluiten van flesjes met kroonkurken zijn er speciale apparaatjes in de handel. Het bier kan natuurlijk ook gebotteld worden in beugelflesjes.

Artikelen over het bottelen en koolzuurverzadiging

  • Koolzuur, Proost, nr. 20, maart/april 1997 en nr. 21, mei /juni 1997.
     

Geduld

Het bier moet nu nog een tijdje rijpen. Door het rijpen krijgt het bier een fijnere en evenwichtigere smaak. Licht alcoholische bieren rijpen in de regel wat sneller dan zware bieren.
 
 

Het materiaal dat we nodig hebben

 

Je zult intussen al wel begrepen hebben dat je geen hightechinstallatie nodig hebt voor het brouwen van bier. In de middeleeuwen had elk gehucht zijn brouwerij. Zo'n brouwerij bestond in wezen uit een grote beslagkuip, een ketel die verwarmd kon worden, een filtreerkuip, een paar grote vaten waarin het bier stond gisten en biertonnen waaruit het bier geschonken kon worden.
Als zelfbrouwer heb je in feite niet meer nodig. Omdat we echter bier willen brouwen dat vergelijkbaar is met huidige professionele bieren die aan hogere kwaliteitseisen moeten voldoen dan vroeger hebben we iets meer nodig. In de hierna volgende tabel geef ik een overzicht van de gebruikelijke apparatuur en het doel waarvoor deze gebruikt wordt. Net zoals bij elke hobby kun je de apparatuur zo uitgebreid en lux maken als je zelf wilt. De spullen die ik hier noem moet je beschouwen als het minimale.
De vermelde prijzen gaan uit van nieuwwaarde. Met enige inspanning is veel materieel, en met name pannen en branders, via rommelmarkten en dergelijke verkrijgbaar.
Afbeeldingen van het materieel kun je bekijken als je klikt op de naam materieel. Alle afbeeldingen zijn met toestemming overgenomen uit de catalogus van Farma Import. Ik heb er voor gekozen de afbeeldingen op aparte pagina's te zetten om het laden van deze pagina niet onnodig te vertragen. Bij de afbeeldingen heb ik ook nadere informatie vermeld over het materieel.
De besproken apparatuur kan gekocht dan wel besteld worden bij de leveranciers van zelfbrouwartikelen in Nederland en Belgi, die je kunt vinden op mijn Leveranciers-pagina.
 

Materieel Doel Prijsindicatie 
Schrootmolen Het malen of beter gezegd het breken van de mout. De bliezen van de mout mogen niet te veel vermalen worden.
Een molen met twee walsen (prijzig) voldoet beter dan een molen met twee draaiende schijven.
60,-- voor een schijvenmolen.

180,-- voor een walsenmolen

Brouwketel, een bovenmatige soeppan Het maken van een beslag en het koken van het wort. De brouwketel moet levensmiddelenveilig, goed reinigbaar en bestand tegen zuren zijn. Beginnende zelfbrouwers gebruiken vaak gemailleerde pannen met een inhoud van 27 liter. 
De omvang van jouw ketel bepaalt in feite de hoeveelheid bier dat je kunt brouwen. De brouwketel moet een grotere inhoud hebben dan het aantal liters dat je wilt brouwen omdat het wort bij het koken sterk kan gaan schuimen. Een te grote brouwketel is geen probleem een te kleine wel!
30,-- voor een emaillen pan van 27 liter. 

140 voor een rvs/inox pan van 35 liter.

Roerspaan Het vermengen van de mout en het water en het roeren van het beslag om aanbranden te voorkomen. De roerspaan moet stevig en voldoende lang zijn 7,- voor een houten roerspaan
Gasbrander Het verwarmen van het beslag en het wort. Voor het verwarmen heeft een gasvlam de voorkeur boven het elektrisch verwarmen omdat gas veel warmte geproduceerd welke goed en direct geregeld kan worden.
Natuurlijk kan een grote pan ook verwarmd worden op meerdere pitten van een gewoon gasfornuis.
50,- 
Thermometer Het bepalen van de temperatuur tijdens het maischen en vergisting. De thermometer moet een bereik hebben van -10 C tot + 110 C. 7,-
pH-papier Het bepalen van de pH tijdens het maischen. Het controleren van de pH-waarde is noodzakelijk om verzekerd te zijn van een goede werking van de enzymen tijdens het maischen.  .3,- voor 20 strips
Tweede pan/ketel Het verwarmen van het spoelwater tot een temperatuur van 80 C. Door het verwarmen van het spoelwater niet in de brouwketel te doen is deze vrij voor het opwarmen van het wort al tijdens het filteren en spoelen.
Door de aanschaf van een tweede pan kun je ook via je de zogenaamde decoctiemethode brouwen waarbij een gedeelte van het beslag gekookt wordt. 
De tweede pan/ketel moet qua inhoud ongeveer de helft zo groot zijn als de brouwketel.
 
Filtreerkuip / hevelfilter / wortverzamelpijp Het filteren van het beslag en het uitfilteren van de hop na het koken.
Filtreerkuipen zijn niet kant-en-klaar te koop. In de paragraaf 'Filteren beslag' is beschreven hoe je deze zelf kunt maken. 
Wortverzamelpijpen, ook hevelfilters genoemd, zijn wel zo te koop maar kunnen ook eenvoudig en tegen lage kosten zelf gemaakt worden. 
30,- voor een wortverzamelpijp
Opvangemmer Emmer voor de tijdelijke opslag van heldere wort voordat deze in de kookketel gedaan kan worden. 5,-
Kleine weegschaal Het per gram afwegen van de hop. Hiervoor kan een oude brievenweegschaal, een moderne digitale weegschaal of een minibalans worden gebruikt. . 15,-  voor een minibalans
Koeler Het snel afkoelen van het wort na het koken. Gebruikelijk wordt hiervoor een koperen buis gebruikt die in een spiraalvorm gebogen is.
De capaciteit (lengte) van de koeler behoort afgestemd te zijn op de omvang van jouw brouwsel.
Fl. 50,- / 1000 Brf.
Hydrometer Een glazen instrument voor het bepalen van de zwaarte van het wort en het bier. Aan de hand van het verschil tussen het soortelijk gewicht voor het begin en na de vergisting kan bij benadering het alcoholgehalte berekend worden 5,-
Maatglas Een glazen cilinder dat gebruikt wordt om wort in te doen voor het bepalen van het soortelijk gewicht met behulp van de hydrometer.  5,- 
Wortbeluchtingsset Het beluchten van het wort na het afkoelen om een goede gistgroei en een vlot verloop van de gisting te garanderen. Een set bestaat uit een luchtpompje, een slangetje en een bruissteentje. 15,- 
Gistvat Het laten vergisten van het wort in een steriele omgeving. Het vat moet afgesloten kunnen worden met een waterslot zodat het koolzuur dat gevormd wordt tijdens de vergisting het vat kan verlaten maar geen lucht van buiten in het vat kan komen. 25,- voor een vat van 40 liter
Waterslot Het afsluiten van een gistvat of -fles van de buitenlucht. 0,70
Hevelslang met kraantje Het overhevelen van wort of bier. Naast het overhevelen van het gisvat naar de glazen fles kan de slang ook gebruikt worden voor het bottelen. 4,50
Glazen mandfles met rubberen stop waarin een waterslot gestoken kan worden Voorziening voor het lageren van het jong bier. Hiervoor kan ook een plastic goed afsluitbaar vat worden gebruikt met in de deksel een waterslot.
Scherm glazen mandflessen af tegen lichtinval. Bier is namelijk lichtgevoelig.
15,-  voor een fles van 25 liter

.1,80 voor een rubberen stop

Kroonkurkapparaat Het afsluiten van een flesje met behulp van een kroonkurk. Kroonkurkapparaten zijn te koop van zeer eenvoudig (een simpele ring waarop met een hamer een tik gegeven moet worden) tot zeer geavanceerd.
Een kroonkurkapparaat en kroonkurken zijn uiteraard niet noodzakelijk als je het bier bottelt in beugelflessen. Het gebruik van kroonkurken is vanwege het infectiegevaar echter een betere keuze.
12,-  voor een kroonkurkapparaat met hefbomen
Kroonkurken Het afsluiten van een flesje. 1,40 voor 100 kroonkurken
Reinigings- en desinfecteermiddel Het reinigen en desinfecteren van brouwapparatuur en bierflesjes. Gebruikelijk wordt hiervoor een middel toegepast op basis van natriumhypochloride. Chempro en Sterinet zijn bekende merknamen.  1,80 voor 100 liter oplossing

Alles bij elkaar moet je dus zo'n 350 betalen voor een complete uitrusting als je alles nieuw koopt. Het is echter vaak mogelijk voordeling een grote pan te kopen via bijvoorbeeld  een rommelmarkt. Ook kun je bepaalde apparatuur zelf maken zoals een koeler of een wortverzamelpijp. 
Het kan dus heel goed zijn dat je voor een lager bedrag aan de slag kunt. Dit geldt zeker als je begint met het zogenaamde blikbrouwen want dan heb je geen molen en wortverzamelpijp nodig!
 

Termen en doel handeling

Brouwersterm Handeling Doel handeling / omschrijving term
Beluchten Wort voorzien van zuurstof Het toevoegen van zuurstof aan het wort om een snelle vergisting te bevorderen.
Beslaan ook wel beslag maken Mengen mout met water Het mengen van water met gemalen mout tot een beslag.
Bostel Het restant van de gebruikte mout na het maischen.
Bottelen Bottelen Het vullen en afsluiten van bierflesjes.
Filteren Filteren beslag of van het gekookte wort Het filteren van het beslag.
Het verwijderen van hopdelen en eiwitvlokken (door de brouwers breuk of trub genoemd) uit het wort.
Gisten Laten vergisten van wort Het door de gistcellen laten omzetten van suiker uit het wort in alcohol en koolzuur.
Hergisten Het laten vergisten van de toegevoegde suiker in een afgesloten bierflesje.
Klaren Filteren beslag Het scheiden van moutresten (bostel) en de verkregen zoete vloeistof (wort).
(Getracht moet worden het wort zo helder mogelijk van de bostel af te laten lopen)
Koelen Afkoelen wort Het laten afkoelen van het wort tot een temperatuur waarbij de gist zijn werk kan doen ( 22 C bij bovengist, 6 C bij ondergist).
Koken Koken met hop
  • Het inactiveren van de enzymen die verantwoordelijk zijn voor de afbraak van het mout. 
  • Het binden van hopbestanddelen aan het wort. 
  • Het steriliseren van het wort. 
  • Het inkoken van het wort (verdampen water). 
  • Het laten samenklonteren van grote eiwitten tot eiwitvlokken, zodat deze uitgefilterd kunnen worden. 
  • Verdampen ongewenste smaakstoffen.
Lageren Laten uitgisten jong bier
  • Het laten uitgisten van het bier 
  • Het laten afzetten van de gist op de bodem van de lagertank. 
  • De eerste rijping van het bier.
Maischen Verwarmen beslag en eventueel trapsgewijs verhogen van de temperatuur Het laten afbreken van moutbestanddelen door enzymen uit het mout (belangrijk zijn de afbraak van zetmeel tot suikers en van eiwitten naar kleinere eiwitten en aminozuren). 
De werking van de enzymen is afhankelijk van de temperatuur en de pH-waarde van de maisch. Door te spelen met de maischtemperaturen en de tijden die je aanhoudt voor de verschillende temperaturen kun je het karakter van het uiteindelijke bier benvloeden.
Rijpen Rijpen van het bier door het een tijdje het te laten staan.
Schrootsel De mout die geschroot is.
Schroten Malen van het mout Het toegankelijk maken van de moutkorrel door het mout te malen, of beter nog door te pletten.
Slangen Overhevelen jong bier Het scheiden van het jong bier van het gistdepot, dat zich onder in het gistvat gevormd heeft
Het overhevelen dient te geschieden in jerrycans, grote flessen e.d., die dienst doen als 'lagertank'; de lagertank dient afgesloten te worden met een waterslot.
Om oxidatie te voorkomen van het jong bier moet de 'lagertank' zo vol mogelijk zitten.
Spoelen bostel Uitspoelen van bostel Het uitspoelen met heet water van de bostel om zo wortrestanten uit de bostel te halen.
Suiker voor hergisting Suiker of wort toevoegen Het bier voorzien van suiker voor de hergisting.
Toevoegen gist Gist bij het wort voegen Het laten starten van de vergisting door gistcellen toe te voegen.

Meer omschrijvingen

Zie ook mijn uitgebreide woordenlijst Engels-Nederlands. Bij diverse vertalingen heb ik ook een nadere (Nederlandse) beschrijving gegeven. Met behulp van de zoekfunctie kun je het betreffende woord opzoeken (de brouwerstermen staan in deze lijst gesorteerd op hun Engelse naam).

Verder kun je ook een kijkje nemen bij het Bierwoordenboek van Arjan Pat.


Andere informatie voor beginners

Meer informatie waar je als beginnende brouwer veel aan kan hebben zijn op deze site te vinden. Vooral verwijs ik naar de pagina's:


Laatste aanpassing van deze pagina: dinsdag 10 juni 2003 .

 

De pagina over bierbrouwen is overgenomen van www.hobbybrouwen.nl

 

terug