Een dagje bierbrouwen.....

.........bij Johan Hasman en Louis Schigt

Ons brouwseizoen loopt van september tot mei. In het eerste jaar brouwden we elke maand.
Nu we er een tweede ketel bij hebben - en dus twee brouwsels op ťťn dag maken -
brouwen we nog ongeveer 6 x per seizoen.
In onderling overleg wordt besloten welk bier we zullen maken.
In de keuken wordt in een kleine ketel (20 liter)gebrouwen op het gasfornuis.
De tweede ketel (ongeveer 60 liter) staat in de garage zijn best te doen
op een 3-pikkeltje gevoed door propaangas.

Voorafgaand aan de brouwdag zijn er aantal voorbereidingen nodig:
om te beginnen worden de materialen grondig gereinigd.
Daarvoor maken we gebruik van chem-pro en/of sulfiet,
waarna alles nagespoeld wordt met schoon water.

Verder wordt er een giststarter gemaakt.
Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van bestaande gisten, te verkrijgen bij de Zeeuwse Gistbank,
of we kweken de gist zelf op uit depots van eerder gedronken bieren.

Tenslotte worden de diverse soorten mout die we gebruiken een dag tevoren geschroot (gemalen).

de mout wordt gestort.jpg (67370 bytes)

Op de eigenlijke brouwdag starten we om 9.00 uur met "de stort".
De benodigde litertjes water worden op de juiste temperatuur gebracht 
waarna de mout (= gekiemde, gedroogde gerstekorrels)
onder voortdurend roeren (voorkomt klonteren) toegevoegd wordt.
(Voor de hoeveelheden water en mout: zie de recepten)

klik op de foto's voor een vergroting

digitale thermometer.jpg (77526 bytes)

Het maischproces gaat beginnen. Dat betekent dat het beslag 
(= water met mout) stapsgewijs naar hogere temperaturen gebracht wordt. Steeds als de nieuwe temperatuur bereikt is laten we het beslag even rusten in de maischkist.  De maischkist bestaat uit een piepschuimen bak (zie foto) waarin de ketel exact past en waardoor geen temperatuurverlies optreedt tijdens het rusten. In hoeveel stap- pen het mengsel naar de uiteindelijke 78 graden gebracht wordt, en hoelang de rusttijd steeds is hangt af van de te brouwen biersoort. 

Ook de maischgegevens staan in onze recepten.

maischen.jpg (65277 bytes)

met de digitale thermo- meter proberen we de temperaturen zo goed mogelijk te beheersen.  maischen  = door de mout te verwarmen zetten enzymen de zetmeel in de mout om in 
             suikers.
De ketel met wort gaat rusten in de maischkist

 

filteren.jpg (48741 bytes)

Als de wort op temperatuur gebracht is stopt het maischproces en beginnen  we te filteren. Bij het filteren wordt de wort van de bostel gescheiden. We tappen rustig af door te hevelen. 
We vangen zo'n 5 tot 6 liter afgetapte wort op in een maatbeker. 
Deze wordt dan steeds terug in de ketel gebracht. 
Doel hiervan is de wort zo helder mogelijk af te tappen.
 De mout zakt naar de bodem en wordt zo een pracht natuurlijk filter.
Om de laatste suikers uit de bostel te halen wordt er nog nagespoeld met een aantal liters water van 78 graden.

filteren grote ketel.jpg (83604 bytes)

Even aanzuigen om het hevelen te laten starten wort = de suikeroplossing die ontstaat na het maischen 

bostel = de dikke brij van restmout die na het maischen  in de ketel achterblijft     

Het "overloopfilter" in onze grote brouwketel

Aan het einde van het maischproces kun je ook nog de jodiumproef uitvoeren. 
Daarvoor neem je wat van de wort en de bostel uit het beslag op een schoteltje.
Je doet er enkele druppeltjes jodium bij. Als de jodium niet verkleurt is het maischproces voldoende geweest.
Verkleurt het naar blauw/paars dan betekent het dat er nog te veel suikers achter gebleven zijn.
Je zult het maischproces dan nog even moeten verlengen.

overgieten van de wort.jpg (150070 bytes)

Als de wort van de bostel gescheiden is, gieten we de wort terug in de inmiddels schoongemaakte ketel en gaat het kookproces beginnen. De wort wordt eerst verwarmd tot 100 graden, waarna de werkelijke kooktijd begint. Tijdens het koken laten we het deksel eraf om de eventuele "slechte dampen" er uit te laten ontsnappen. Als je vindt dat er teveel wort verdampt kun je besluiten er nog gekookt water aan toe te voegen, iets wat wij overigens nooit doen.

bostel opruimen.jpg (141183 bytes)

overgieten van de gefilterde wort in de kookketel

Meestal worden tijdens het laatste kwartier van het kookproces de verschillende ingrediŽnten aan de wort toegevoegd. Afhankelijk van de biersoort kan dat zijn: paradijszaad, koriander, laurierdrop, rozijnen, curacaoschil, kandijsuiker, etc. En natuurlijk de hop niet te vergeten!!

de bostel wordt uit de kookketel geschept en verdwijnt daarna op de composthoop

 

afwegen van ingrediŽnten.jpg (86335 bytes) ingrediŽnten.jpg (150519 bytes) Tijdens het kookproces is er meestal wel even tijd om er eentje te "degusteren" Ť

  ÁDe verschillende ingrediŽnten

na gedane arbeid4.jpg (79347 bytes) na gedane arbeid3.jpg (92939 bytes)

 

koelen.jpg (45204 bytes)

Nu het koken klaar is moet de wort afgekoeld worden tot zo'n 24 tot 28 graden. Bij 24 graden wordt de wort wel wat stroperiger en kan het problemen geven bij het overhevelen naar de gistfles. Daarom verkiezen sommige brouwers om te gaan hevelen bij 28 graden. Het koelen gebeurt bij ons met een tot spiraal gedraaide koperen leiding  van enkele meters, waardoor koude water gevoerd wordt.
Ook kun je de hete wort afkoelen in een bad met koud water.
Dit duurt echter langer waardoor de kans op infectie weer wordt vergroot.

De wort in de grote ketel wordt gekoeld.

Om een snellere afkoeling te bereiken moet je het koelelement zo hoog mogelijk in de wort hangen.

Nu de wort teruggekoeld is tot zo'n 24 graden nemen we "een monster" om het sg te kunnen bepalen.
Dit begin-sg hebben we nodig om straks ook het alcoholpercentage uit te kunnen rekenen. Daarna wordt de wort overgeheveld naar de gistingsfles. Het overhevelen gebeurt met het zogenaamde hopfilter.
In de gistingsfles wordt ook de tevoren opgestarte gist toegevoegd.
De gist zorgt ervoor dat de aanwezige suikers omgezet worden in alcohol en koolzuurgas.
Nu schudden we de gistingsfles nog even flink op en neer, waardoor er meer zuurstof in de fles komt en de gistbacteriŽn geactiveerd worden. Dit heet beluchten. Hierna wordt de gistingsfles afgesloten met een waterslot en  in de gistkast gezet. De temperatuur van de gistkast kunnen we electronisch regelen. We proberen de temperatuur op 25 graden te houden. Na ťťn week hevelen we het "bijna bier" over naar een andere schone gistingsfles. Dit doen we om een zo helder mogelijk bier te kunnen krijgen.

gist.jpg (78554 bytes) overhevelen naar gistingsfles.jpg (78889 bytes) beluchten.jpg (80056 bytes) materiaal schoonmaken.jpg (71253 bytes) na gedane arbeid2.jpg (102816 bytes) na gedane arbeid.jpg (60559 bytes)
de gist staat klaar overhevelen naar de gistfles beluchten.... schoonmaken van de materialen na gedane arbeid,
wederom....
....goed rusten!

Na zo'n week of twee meten we het s.g opnieuw. Als het s.g voldoende gedaald is kan het bottelen beginnen. Zwaardere bieren (m.n. de tripels) hebben weleens meer tijd nodig om tot het juiste sg te dalen.Voor we gaan bottelen voegen we nog wat gekookt suikerwater toe (ongeveer 7 gram suiker per liter bier) waarna we het bier in flesjes van 30 cl en 75 cl gaan bottelen. Een enkele keer gebruiken we een "buitenmodel-fles" van 2 of 3 liter, die we dan openen bij bijzondere gelegenheden.

flessenspoelen2.JPG (82472 bytes) Uiteraard zijn de flessen allemaal tevoren weer schoongemaakt in chem-pro en nagespoeld met schoon water.
flessenspoelen4.jpg (61704 bytes)